1-1,5 jaar

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Als u tegen uw dreumes praat of hem verzorgt, dan is er bewust contact tussen u en uw dreumes.

Uw dreumes ontdekt verschillen tussen zichzelf en u. Daardoor leert de dreumes wie hij is. Hij herkent zichzelf ook in de spiegel. Hij ontwikkelt zijn eigen wil, zegt ‘nee’ of laat duidelijk merken dat hij iets niet wil.

Op deze leeftijd ontwikkelt uw dreumes zijn eigen manier van reageren bij plezier, boosheid, angst en opwinding. Deze emoties wisselen elkaar snel af. Een dreumes wil soms meer dan dat hij al kan. Hierdoor kan hij driftig worden.

Uw dreumes laat merken dat hij u lief vindt, hij geeft een knuffel of een kusje.

Ook aan anderen laat hij merken dat hij hen lief vindt.
Juist met mensen met wie de dreumes een band heeft, laat hij weten of hij iets wel of niet wil.

Uw dreumes begint te begrijpen wat u of anderen van hem willen en kan steeds beter doen wat er gevraagd wordt. 

In deze periode speelt uw dreumes nog veel met zichzelf. Hij zoekt wel steeds meer contact met andere kinderen en doet andere kinderen na. Een dreumes kan zich nog niet in een ander inleven. Hij snapt nog niet dat een ander kind verdrietig wordt als hij iets afpakt.

Hoe begeleiden wij uw dreumes

Omgaan met emoties
We geven uw dreumes veel persoonlijke aandacht, tijdens verzorgingsmomenten en tijdens het spelen. We zeggen rustig tegen uw dreumes wat we zien, bijvoorbeeld: “Ben je zo verdrietig?”. We gaan daar op in en vertellen waarom we denken dat hij verdrietig is, of blij, of driftig.
Zo leert een dreumes zichzelf steeds beter kennen. Hij leert dat hij mag zijn wie hij is.

Steeds meer samen
Uw dreumes krijgt steeds meer belangstelling voor zijn omgeving. De andere kinderen in de groep vindt hij vaak erg interessant. In de groep stimuleren we het contact tussen de kinderen. Samen aan tafel eten en liedjes zingen, samen boekjes lezen, samen ontdekken en plezier maken…. Hier leren de dreumesen veel van en het versterkt het gevoel van saamhorigheid in de groep: ieder kind hoort erbij.

Jong geleerd is oud gedaan
Een dreumes moet nog leren wat wel en wat niet mag. Dit leggen we rustig uit. We geven het goede voorbeeld en gebruiken liedjes en routines om goede gewoontes aan te leren. Het is belangrijk dat  een kind weet wat van hem verwacht wordt. Daardoor voelt hij zich veilig. 

Uw dreumes vindt het prachtig om na te doen wat hij u ziet doen. In de groep laten we de dreumesen op hun manier al ‘meehelpen’. Zelf hun mondje afvegen of de tafel, helpen met blokjes opruimen. Dit versterkt de onderlinge band en uw dreumes voelt zich al heel ‘groot’.

 

Spraak / taalontwikkeling

Uw baby van 1 jaar begrijpt al eenvoudige zinnen en woorden, zonder dat hij zelf echt kan praten. Dit leren begrijpen gaat vooraf aan het echte praten en is een belangrijke fase om zelf goed te leren praten.

Uw baby wordt een echte dreumes. Hij kiest al een “woord” voor bijvoorbeeld dieren. “Pah” kan zowel hond, poes, paard of elk ander dier betekenen.
Uw dreumes legt al verband tussen het ding wat hij ziet en het woord dat erbij hoort.

Steeds meer woorden (ongeveer 20) leert uw dreumes zeggen, maar zijn uitspraak is nog altijd niet duidelijk. Uw dreumes maakt vaak gebaren en bewegingen om te ondersteunen wat hij wil zeggen.
Hij gaat woorden nazeggen, geluiden van dieren nadoen en doet net alsof hij “praat” zoals zijn papa om mama doen. Hele “gesprekken” houdt uw dreumes en soms hoort u een herkenbaar woordje.

Hoe begeleiden wij uw dreumes

We praten in de groep veel met uw dreumes. We vertellen wat we doen in korte, duidelijke zinnen. Ook benoemen we wat we zien bij uw dreumes: wat hij wil, wat hij doet en wat hij voelt. Zo leert hij welke woorden waarbij horen. Hij leert zichzelf en de wereld om hem heen steeds beter kennen.

Ook als de kinderen bij elkaar in de buurt zijn benoemen we wat we zien. We betrekken de kinderen op elkaar. “kijk, Sophie bouwt een hoge toren!” Ze genieten van elkaars nabijheid en leren van elkaar.

Als uw dreumes een woordje zegt, dan herhalen we het op vriendelijke toon, met een goede uitspraak en een goede zin. Bijvoorbeeld: als uw dreumes naar de bal wijst en zegt “ba”, dan zeggen wij “ja, daar is de bal! Wil je spelen?” Zo nodigen wij uw dreumes uit om meer te gaan praten. We geven het goede voorbeeld.

Voorlezen neemt in ons dagprogramma een belangrijke plaats in. We bekijken met de kinderen prentenboeken en benoemen samen wat we zien. We zingen er liedjes bij en doen bewegingen die bij de plaatjes horen “De kikker springt en roept kwaak kwaak”. We gebruiken ook voorwerpen bij de plaatjes. Die zitten in de ‘vertelkoffer’. Zo winnen de plaatjes aan herkenning en betekenis. Uw dreumes wordt gestimuleerd om te reageren en actief mee te doen met de geluidjes, woordjes, liedjes en gebaren. We noemen dit interactief voorlezen.

We laten een boekje regelmatig terugkomen. Door veel herhaling slijpen de woordjes in. Een dagelijks terugkerende plezierige en leerzame activiteit!